Beste biobestrijding: deze ongedierten kun je biologisch te lijf

by Joost | Geupdate op:  januari 24, 2022

De beste tuiniertips in je mailbox

Schrijf je in voor de nieuwsbrief van urban garden en binnen tuinieren tot weelderige tuin

We zullen je email adres alleen gebruiken voor deze nieuwsbrief en respecteren jouw privacy

Wanneer je kweekt, of zelfs kamerplanten hebt of je voorraadkast zit met een probleem, dan is het gemakkelijk om naar pesticiden te grijpen om ervan af te komen.

Maar voor veelvoorkomende problemen is er een veel betere oplossing: biobestrijding!

In dit artikel geef ik je een aantal van de beste opties.

Biobestrijding voor ongedierte

Wat bespreken we in deze uitgebreide post:

17 kamerplanten zonder zonlicht x
17 kamerplanten zonder zonlicht
Biologische feromoonval voor voedselmotten

Biologische feromoonval voor voedselmotten

(bekijk meer afbeeldingen)

Voor het vangen en monitoren van voedselmotten binnenshuis hebben wij een feromoonval leverbaar. Deze feromoonval werkt heel simpel, de val is voorzien van lokstof waar de mannelijke motten op af komen. Zodra ze in de val zitten blijven ze plakken op het lijmgedeelte.

Deze set bestaat uit 1 val en 1 feromoon lokstof capsule.

Feromoonval voor voedselmotten Voor het monitoren van voedselmotten binnenshuis hebben wij een feromoonval leverbaar. Deze feromoonval werkt heel simpel, de val is voorzien van lokstof waar de mannelijke motten op af komen. Zodra ze in de val zitten blijven ze plakken op het lijmgedeelte. Hiermee kunt u de voedselmotten waarnemen, tellen en identificeren. Daarnaast zal door het wegvangen van de mannelijke motten een rem gezet worden op de ontwikkeling van de motten aangezien er minder vrouwtjes bevrucht worden. Optioneel kan je deze val gebruiken in combinatie met de Trichogramma sluipwespen die parasiteren op de eitjes van de voedselmotten. Welke motten kan je vangen met de val Er zijn diverse motten die voorkomen binnenshuis. Deze motten vliegen vaak tijdens de zomermaanden het huis binnen en besmetten binnenshuis diverse voedselwaren. De voedselmot is bekend onder verschillende namen zoals de meelmot, voedingsmot of voorraadsmot maar de officiële naam is Plodia interpunctella. Ook de Ephestia motten zoals de mediterrane bloemmot (Ephestia kuehniella), de amandelmot (Ephestia cautella) en de tabaksmot (Ephestia elutella) zorgen voor overlast en besmetten voedselwaren. Een mottenvrouwtje kan wel 100-400 eieren afzetten in diverse (verpakte) voedselwaren en ze zullen dwars door de verpakking heen gaan. Zodra de eitjes uitkomen zullen de geboren larven zich vervolgens weer verpoppen tot een nieuwe generatie motten. De verpopping vindt plaats op een sterk weefsel en kan zorgen tot besmetting van het voedsel en beschadiging van de verpakkingen. Meer achtergrondinformatie over voedselmotten en hoe u een infectie kunt voorkomen? Lees dan verder op deze pagina. Gebruikersinstructie feromoonval Plaats de val in de buurt van de voedselwaren, bijvoorbeeld in de inloopkast. De val is zo’n 3-4 weken actief. Denk erom dat de val zijn werking verliest in zeer stoffige ruimtes aangezien het stof op de lijm terecht komt waardoor de lijm zijn kleefkracht verliest. Controleer de vallen regelmatig en vervang ze op tijd (om de 3-4 weken afhankelijk van de besmetting). Voordelen van de val

Inhoud verpakking

De set bestaat uit 1 val en 1 feromoon lokstof capsule. Eventueel zijn de vallen en lokstoffen ook los te bestellen.

Check de meest actuele prijzen hier

Trichogramma sluipwespen eitjes tegen kleding motten

Trichogramma sluipwespen eitjes tegen kleding motten

(bekijk meer afbeeldingen)

Met behulp van de Trichogramma sluipwespen kan je diverse motten bestrijden. De sluipwespen parasiteren op de eieren van de motten en voorkomen zo dus dat een mottenei zich kan ontwikkelen tot een rups.

De sluipwespen zijn nagenoeg niet met het blote oog zichtbaar en zullen na het parasiteren sterven.

Verpakking van 2.000 stuks

 

Bestrijding van motten met sluipwespen

Met behulp van de Trichogramma sluipwespen kan je diverse motten bestrijden. De sluipwespen parasiteren op de eieren van de motten en voorkomen zo dus dat een mottenei zich kan ontwikkelen tot een rups. De sluipwesp legt simpelweg een eitje in het ei van een mot wat zich ontwikkeld tot een larve. Deze larve ontwikkeld en ontpopt zich in het motteneitje waardoor de motteneitjes zwart verkleuren. Het volgroeide sluipwespje knaagt zich een weg naar buiten en verlaat het mottenei, dit proces duurt ongeveer 10 dagen. De sluipwesp zal vervolgens een paar weken leven en in de tijd ook weer eitjes zal leggen in de eieren van motten. Deze cyclus herhaalt zich zolang er plaageitjes van de motten aanwezig zijn. Ook voeden de sluipwespen zich met nectar van bloemen of suikervrije honingdauw om te overleven. De inzet van de Trichogramma sluipwespen is in verschillende studies en proeven succesvol gebleken. Een afname van het aantal rupsen en motten is te realiseren door de juiste inzet van de Trichogramma sluipwespen.

De sluipwespen worden geleverd op een hangkaartje met daarop 2.000 sluipwesp eieren. Dit is voldoende voor ca. 15 vierkante meter. Advies is om de inzet na 2 weken nogmaals te herhalen. Het gaat om de volgende sluipwespen die in deze mix zitten: T. brassicae, T. evanescens, T. cacoeciae, T. dendrolimi.

Werkzaam tegen onder andere de volgende motten:

Temperatuur en luchtvochtigheid

De Trichogramma sluipwespen zijn erg klein en behoren tot de kleinste insecten ter wereld ze zijn dan ook nauwelijks waarneembaar met het oog. Volwassen exemplaren zijn minder dan een halve millimeter lang, denk aan kleine fruitvliegjes. Deze sluipwespen richten zich alleen op de motteneieren, ze laten mens en dier met rust. Je kan ze dus gerust uitzetten in de slaapkamer, woonkamer of andere vertrekken binnenshuis. Denk erom dat de sluipwespen erg gevoelig zijn voor warmte. De sluipwespen ontwikkelen zich vanaf 15 graden. Normaal duurt het zo’n 10 dagen voordat de eitjes uitkomen maar dit is sterk afhankelijk van de temperatuur. Optimaal voor de ontwikkeling is zo’n 23-28 graden, hoe warmer hoe beter maar boven de 32-33 graden is het te warm.

Sluipwespen inzetten tegen motten

Er zijn diverse omgevingen waarin de sluipwespen een rol kunnen spelen bij de bestrijding van motten. U kunt onder andere denken aan:

Gebruik van feromoonvallen? Voor de bestrijding van motten bestaan er diverse mottenvallen. Deze motenvallen zijn voorzien van feromoon, een middel waardoor motten mannetjes worden gelokt. Vrouwelijke motten worden niet gelokt door het feromoon. Voor de bestrijding van kledingmotten (Tineola bisselliella) en voedselmotten (voedselmot Plodia interpincetella, mediterrane bloemmot (Ephestia kuehniella), amandelmot (Ephestia cautella) en de tabaksmot (Ephestia elutella) hebben wij feromoonvallen leverbaar. Klik hier voor de val voor kledingmotten en de val voor voedselmotten. De feromoonvallen kunnen prima gebruikt worden in combinatie met sluipwespen voor een optimale bestrijding. Parasiteren van motten eieren Om gastheereieren van motten te lokaliseren, gebruiken volwassen vrouwtjes chemische en visuele signalen, zoals eivorm en kleur. Nadat ze een geschikt ei heeft gevonden, probeert een ervaren vrouw om te bepalen of het ei eerder is geparasiteerd, gebruikmakend van haar oviposituur en trommelvoortplanting (door te tikken op het oppervlak van het ei). Vrouwtjes gebruiken ook trommelveters om de grootte en kwaliteit van het doelei te bepalen, wat het aantal eieren bepaalt dat het vrouwtje zal inleggen. Een alleenstaande vrouw kan tot 10 motteneieren per dag parasiteren. Uitzetinstructie

Hang of leg het kaartje met daarop de sluipwespen in de buurt van de plek waar de motten zichtbaar zijn. Wees voorzichtig bij het ophangen, druk de eitjes niet kapot en zorg ervoor dat de sluipwespen genoeg ruimte hebben om uit te vliegen. Verdeel de kaartjes over schaduwrijke plekken en zorg ervoor dat er geen water in de verpakking kan lopen. Doordat de sluipwespen erg klein en licht zijn zijn ze erg gevoelig voor afzuigapparatuur etc. Hoe er dus rekening mee dat de sluipwespen niet in de buurt van een afzuiginstallatie of openstaande ramen worden uitgezet.

BEWAARADVIES

Biologische bestrijders zijn levende dieren en hebben een (zeer) korte levensduur en moeten daarom zo snel mogelijk na ontvangst in het gewas worden geïntroduceerd. Opslag kan de kwaliteit nadelig beïnvloeden en kan uitsluitend onder de hieronder aangegeven condities.

Check de laatste prijzen hier

Roofmijten Hypoaspis miles tegen rouwvliegjes op kamerplanten

Roofmijten Hypoaspis miles tegen rouwvliegjes op kamerplanten

(bekijk meer afbeeldingen)

Voor een preventieve bestrijding van de varenrouwmug leveren wij de Hypoaspis miles (Stratiolaelaps scimitus) roofmijt. De Hypoaspis miles richt zich voornamelijk op de eieren, larven en poppen van varenrouwmuggen (Sciaridae), met voorkeur voor kleinere larven.

Varenrouwmug bestrijden met roofmijt

Voor een preventieve bestrijding van de varenrouwmug leveren wij de Hypoaspis miles (Stratiolaelaps scimitus) roofmijt. De Hypoaspis miles is een bodemroofmijt die een breed scala aan insecten bestrijdt. Deze roofmijt leeft in de bovenste grondlaag tot 4 cm diep en kan zich snel door de grondlaag bewegen en voelt zich thuis in vochtige (pot)grond. De Hypoaspis richt zich voornamelijk op de eieren, larven en poppen van varenrouwmuggen (Sciaridae), met voorkeur voor kleinere larven. De Hypoaspis werkt niet tegen de reeds aanwezige volwassen exemplaren.

Doordat de Hypoaspis zich richt op de eitjes en jonge tripsen in de bodem is deze roofmijt vooral geschikt als preventief middel tegen de varenrouwmug.

Levenswijze Hypoaspis miles

Een volwassen Hypoaspis roofmijt leeft gemiddeld 6 weken en is actief bij temperaturen van 10 °C tot 28 °C. De geslachtsverhouding is gelijk aan 1:1, vrouwen en mannen. Als er voldoende te eten is leggen de vrouwtjes veelvuldig eieren. De eieren komen binnen 2-3 dagen uit en de jonge Hypoaspis nimfen zijn geboren. Deze jonge nimfen zijn direct na hun geboorte felle roofdieren die eieren, larven en poppen van varenrouwmuggen consumeren. Elke volwassen Stratiolaelaps kan 1 tot 5 prooien per dag consumeren. De Hypoaspis populatie kan ook overleven in de afwezigheid van ongedierte. In dat geval voeden ze zich met algen en plantenresten. Als het moet kan de Hypoaspis miles populatie echter ook tot 7 weken zonder voedsel door over te gaan in een rustfase.

Hoeveel roofmijten heeft u nodig

Deze roofmijten worden geleverd in een verpakking met strooimateriaal met daarin eitjes, jonge en volwassen roofmijten. Een verpakking met 2500 stuks roofmijten is voldoende voor ca. 10 vierkante meter afhankelijk van hoeveel last u heeft van varenrouwmuggen. Wij adviseren over het algemeen 250 tot 500 stuks roofmijten per vierkante meter. Na één tot twee weken is het goed om een onderhoudsdosering te geven van nogmaals 250 stuks per vierkante meter. Indien er al een trips aanwezig zijn kan er gekozen worden om de dosering te verhogen naar 500 stuks per vierkante meter.

Luchtvochtigheid en temperatuur

Uitzetinstructie

 

Bewaaradvies

Biologische bestrijders zijn levende dieren en hebben een (zeer) korte levensduur en moeten daarom zo snel mogelijk na ontvangst in het gewas worden geïntroduceerd. Opslag kan de kwaliteit nadelig beïnvloeden en kan uitsluitend onder de hieronder aangegeven condities.

Check prijzen en beschikbaarheid hier

Nemaplus depot aaltjes tegen rouwvliegjes

Nemaplus depot aaltjes tegen rouwvliegjes

(bekijk meer afbeeldingen)

Steinernema feltiae aaltjes beschermen als biologische bestrijders tegen de larven van varenrouwmug (rouwmugjes, grondvliegjes/Sciaridae), poppen van de trips en larven van de taxuskever. Uit voorzorg alvast de plant beschermen? Het Nemaplus depot heeft ongeveer 200 biologisch afbreekbare bolletjes tot de nok toe gevuld met aaltjes. Na 1 week lossen de bolletjes op, zodat de bestrijder telkens met een klein team op pad kan. Zo vormt het depot een blijvende barrière tegen plagen tot wel 4 weken.

Steinernema feltiae aaltjes treden op als biologische bestrijders van larven van de varenrouwmug (rouwmugjes, grondvliegjes/Sciaridae), poppen van de trips en larven van de taxuskever. Het Nemaplus depot zorgt dat de plant voor vier week lang beschermt is, al voordat de plaag komt opdagen.

Nematoden in een depot (Nemaplus)

Het Nemaplus depot laat vier week lang aaltjes los die de larven van o.a. varenrouwmug zien als hun volgende maaltijd. Aaltjes (nematoden) zijn minuscule, draadachtige bodembeesten van 0,3 tot 0,7mm groot. Met het blote oog kan je ze dus niet zien, maar ze zijn overal te vinden. Van de bodem van de zee tot de toppen van de Himalaya – en zelfs in insectenlarven. In de bodem zoeken de aaltjes de plaagbeesten op en dringen deze binnen. Daarbij raakt de gastheer, en eigenlijk dus de voedselbron, besmet met een bacterie die zich vermeerdert en de prooi de das om doet. Zodra de prooi is gedood, gaan de aaltjes op zoek naar een nieuwe gastheer en begint het verhaal opnieuw.

Omdat de bolletjes over de tijd heen in de bodem oplossen heb je een mooi schild om van voren af aan al de plaag tegen te gaan. Ter plekke staan altijd wat aaltjes paraat, en dat voor vier week lang! Handig dus wanneer je er een keertje tussenuit gaat. Normaal overvalt een plaag de plant en moeten aaltjes achteraf het tij keren. Steinernema feltiae aaltjes kan je namelijk ook oplossen in water en over de plant uitsproeien. Het grote aantal aaltjes maakt een einde aan de plaag, maar de plant al beschadigd en na twee week gaan de aaltjes ervantussen. Het Nemaplus depot gaat de plaag voor en zorgt dat de plant geen schade oploopt.

Preventief bestrijden met aaltjes

Aaltjes komen natuurlijk in de bodem voor en zoeken daar naar de larven en poppen van plaaginsecten. Eén week nadat je de aaltjes inzet, lossen de biologisch afbreekbare capsules op: slecht nieuws voor eventuele plaagbeesten. Wanneer de varenrouwmug langskomt, komen de aaltjes als een verassing. De aaltjes dringen de prooi binnen en voeden zich met de inhoud van hun gastgeer. De bacterie die daarbij vrijkomt vermeerdert zich in de larve. Zo kan een enkele insectenlarve broedplek voor duizenden nieuwe nematoden zijn. Zodra de prooi is gedood, gaan de aaltjes op zoek naar een nieuwe gastheer en begint het proces opnieuw.

Het Nemaplus depot voorkomt dat de beginnende plaag voet aan wal krijgt. Varenrouwmug is bij uitstek gevaarlijk voor zaailingen, stekken en andere jonge planten. Door van tevoren alvast wat aaltjes in te zaaien voorkom je dat een plaag zijn kop opsteekt. De plant hoeft dan bijna geen schade op te lopen. Is de plaag al aan het rollen? Dan komen onze in-water-oplosbare aaltjes beter van pas. Deze giet je zo over de plant uit, maar vaak gebruik je dit pas wanneer de schade al is aangericht. Daarnaast vertrekken dit soort aaltjes een stuk sneller. Het Nemaplus depot geeft daarentegen voor een lange tijd wat aaltjes vrij. Goed handig dus wanneer je van plan bent op vakantie te gaan of kwetsbare kostbare planten wilt beschermen.

Varenrouwmug

Varenrouwmug is vooral van de partij in rijke, vochtige bodems bij een hoge luchtvochtigheid. Al steekt de mug niet, plaagbeesten zijn het zeker. De varenrouwmug legt haar eitjes in de bodem bij kamerplanten. Daar komen de wittransparante vliegenlarven tevoorschijn. De 3mm-grote sliertachtige larven eten de plantenwortels van stekken, zaailingen en andere kwetsbare planten. Daarbovenop nemen de volwassenen vaak (planten)virussen of schimmels mee. Hoe dan ook, het is geen lekker idee dat muggen jouw planten opvreten en daar ook nog hun behoefte doen. Eén volwassen vrouwtje is goed voor 300 vliegenlarven en een infectie loopt zo uit de hand.

Omgeving

Feltiae aaltjes pakken de plaag het best aan in een lichtvochtige bodem tussen de 8 en 28°C. Binnenshuis of in de kas is het Nemaplus depot dus het hele jaar inzetbaar.

Vocht

Zorg dat de bodem bij de eerste inzet goed nat is. In een te droge bodem zitten de aaltjes vast in het ruwe zand en kunnen ze zich niet goed bewegen. Pas wel op dat de bodem niet té kletsnat wordt, want dat trekt juist weer de varenrouwmug aan.

Temperatuur

Feltiae aaltjes hebben het liefst een bodemtemperatuur tussen de 8 en 28°C Boven de 34 of onder de 4°C redden de aaltjes het niet. Vries de aaltjes daarom nooit bij het bewaren in!

Standplaats

Vermijd de volle zon. Aaltjes kunnen prima warm weer uitstaan, maar de Uv-straling wordt de bestrijders te veel. Idealiter zet je de aaltjes uit in de vroege ochtend of laat in de avond.

De soort bodem maakt verder niet veel uit. Hard perliet dat weinig water vasthoudt kan de bestrijders in de weg zitten, maar is geen dealbreaker.

Behandel de plant in de 6 weken vooraf niet met chemische gewasbescherming en gebruik nooit chemische naast biologische middelen. De varenrouwmug kan een weerstand opbouwen en chemische middelen doen nuttige insecten net zoveel schade als de plaag zelf.

Hoeveel heb ik nodig

Het is het best om elke 3 centimeter een capsule in de grond te zetten. Een verpakking met ca. 200 capsules is daarmee goed voor 20 kleine potten met een doorsnede van 12 cm of 8 grotere potten met een doorsnede van 20cm.

Diameter pot Volume pot Hoeveel capsules 12 cm 0.75 liter 10 14 cm 1.2 liter 15 20 cm 2.5 liter 25 30 cm 9 liter 50

Dosering capsules

Uitzetinstructie

  1. Maak de bodem 1 à 2 uur van tevoren lichtvochtig.
  2. Open de plasticverpakking, maar let erop niet de capsules kapot te knippen.
  3. Boor gelijk verspreid 2 centimeter diepe gaten in de grond. In de regel is om de 3 centimeter een gat voldoende.
  4. Vul elk gat met één capsule.
  5. Dek de capsule goed met aarde af. Anders droogt de bestrijder samen met de capsule uit.
  6. Houd de bodem na de inzet (2-4 weken) licht vochtig, maar niet kletsnat. Té nat trekt juist weer varenrouwmug aan.

Houdbaarheid

Aaltjes zijn levende dieren met een korte levensduur. Daarom raden wij aan zo snel mogelijk alle bestrijders in te zetten. Wil je toch aaltjes bewaren? Doe dit dan gekoeld in de koelkast.

Check de meest actuele prijzen hier